Konijn.jpeg
  • Myxomatose en VHS (of RHD) Waarom vaccineren?

    • Er zijn twee ernstige virale konijnenziekten met meestal dodelijke afloop waartegen men preventief kan vaccineren, namelijk MYXOMATOSE en VIRAAL HAEMORRHAGISCH SYNDROOM (VHS), ook wel RABBIT HAEMORRHAGIC DISEASE (RHD) genoemd. 
    • Deze twee ziekten kunnen vooral voorkomen bij buiten gehouden konijnen, maar ook bij binnen gehouden dieren.
    • MYXOMATOSE wordt overgedragen via direct contact met zieke dieren én via bloedzuigende insecten, zoals de konijnenvlo en muggen. Besmette dieren zullen binnen de 5 tot 14 dagen meestal duidelijke symptomen vertonen: slechte eetlust, verlies aan activiteit, dikke oogleden en gezwollen oorbasissen, anus en genitaliën. De meesten zullen sterven (vaak aan de gevolgen van een secundaire longontsteking) binnen de 12 dagen, maar sommige besmette in het wild levende dieren kunnen nog enkele weken tot maanden in leven blijven. Uiteindelijk zal van hen minder dan 10% overleven. 
    • VHS of RHD wordt overgedragen via direct contact met zieke konijnen én via met het virus besmette materialen (het virus overleeft lang in de buitenwereld!) zoals strooisel (hooi, stro), water, voederbakken, voeding (denk aan mogelijk in een weide geplukte eetbare onkruiden,...), kleding, etc. Eens besmet verloopt deze ziekte veel sneller dan myxomatose. Binnen 1 tot 3 dagen sterven de dieren vaak zonder duidelijke symptomen (op sloomheid/lusteloosheid na). 
    • Er bestaat geen behandeling tegen deze 2 ziekten. 
    • Preventie (voorkomen) van de ziekten bestaat uit vaccinatie en in geval van myxomatose bestrijding van de bloedzuigende insecten. 
    • Eén enkele prik met het meest recente vaccin beschermt momenteel tegen beide ziekten tegelijk en biedt één jaar bescherming (terwijl het vroeger 2 aparte prikken betrof en de bescherming tegen myxomatose maar een half jaar lang bedroeg). Telkens na 1 jaar dient deze vaccinatie dan herhaald te worden.
  • Vachtmijten Cheyletiella en Leporacarus 

    • Pelletjes in de vacht bij konijnen kan duiden op de aanwezigheid van huidparasieten. 
    • De vachtmijt (Cheyletiella parasitovirax) leeft op/in de keratinelaag van de huid vooral ter hoogte van de nek en de rug en de aanwezigheid gaan soms gepaard met jeuk. Vooral dieren met een verminderde weerstand of dieren die zichzelf niet goed kunnen verzorgen (bvb tandproblemen) kunnen hier meer last van hebben. 
    • Leporacarus gibbus kan ook schilfertjes geven in de pels en is vooral te vinden op rug en buikzijde. Deze geeft zelden jeuk of andere problemen.
    • Via microscopisch onderzoek kunnen de mijten zelf of hun neten (eitjes) die vastgehecht zitten aan de haren worden aangetoond. 
    • De behandeling bestaat erin de mijten op het konijn aan te pakken met een anti-parasitair middel, hygiënische maatregelen in de omgeving uit te voeren en een eventuele onderliggende oorzaak bij het konijntje aan te pakken (bvb. tandverzorging)
 Cheyletiella parasitovirax

Cheyletiella parasitovirax

Neet

 Leporacarus gibbus

Leporacarus gibbus

 

  • Oorschurft (Psoroptes cuniculli)

    • Deze graafmijt veroorzaakt een ontsteking van de uitwendige gehoorgang van meestal beide oren. In het oor vinden we dan een wit tot gele schilferige massa waarna uitbreiding tot korstige letsels aan het hele oor kunnen ontstaan. De schurftmijten kunnen meestal via microscopisch onderzoek worden aangetoond.
    • We zien meestal erge jeuk (krabben aan oor en schudden kop).
    • Secundaire (=bijkomstige) bacteriële infecties kunnen verder aanleiding geven tot midden- of binnenoor ontsteking met torticollis (scheef gehouden kop) tot gevolg.
    • De behandeling bestaat uit het toedienen van een gepast anti-parasitair middel en eens de pijn en jeuk reeds verminderd is kan het resterende vuil uit de oren worden verwijderd.
  • Tandproblemen

    • De tanden van een konijn groeien hun hele leven lang verder door. Door de kauwbewegingen slijten deze tanden ook steeds weer mooi af zodat er onder normale omstandigheden een mooi evenwicht bestaat tussen groei en slijtage.
    • Ten gevolge van erfelijke factoren, allerlei voedingsfactoren of trauma kunnen echter tandproblemen ontstaan.
    • Door onvoldoende of slechte slijtage van de tanden kunnen tandpunten ontstaan op de kiezen die op hun beurt pijn en verwondingen aan tong of kaken kunnen veroorzaken of de tongbewegingen (slikken) kunnen belemmeren, waardoor de dieren slecht tot niet meer kunnen eten, vermageren, beginnen speekselen, etc.
    • Ook de snijtanden kunnen in een verkeerde richting groeien en helemaal beginnen rondkrullen, de zogenaamde "olifantstanden"
    • Ter hoogte van de wortelzijde kunnen de tanden soms doorgroeien waardoor problemen met neusgang of traanbuisjes kunnen ontstaan, of aanleiding kunnen geven tot abcessen in de kaak of achter het oog.
    • De diagnose wordt gesteld door grondig onderzoek van de mondholte eventueel in combinatie met radiografie van de kop. 
    • Voorkomen is beter dan genezen! Het juiste voedsel en de nodige hoeveelheid natuurlijk (zon)licht aanbieden is al een hele stap vooruit. Eens de problemen begonnen is het veel moeilijker om dit onder controle te houden. Afhankelijk van de graad of ernst van de opgetreden tandafwijkingen zal ook de prognose slechter worden. 
    • Behandeling(en) bestaat uit het inkorten van de tanden of soms extractie van de tanden. Dit gebeurt vrijwel steeds onder anesthesie! Verder zal vaak ook de voeding moeten worden aangepast.